ECLI:NL:GHDHA:2022:2464
Gerechtshof Den Haag · 08-12-2022 · zaaknummer 22-001092-20.a
StrafrechtGepubliceerd 13-12-2022
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat verdachte door het in zijn winkel voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen, waaronder fenacetine, het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het plegen van het strafbare feit van artikel 10a van de Opiumwet.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
