ECLI:NL:GHDHA:2021:781
Gerechtshof Den Haag · 23-03-2021 · zaaknummer BK-20/00692 en BK-20/00693
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft in zijn aangiften IB/PVV 2012 en 2013 giften aan een instelling opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften na door belanghebbende verstrekte bankafschriften (voor het jaar 2013) en giftkwitanties in aftrek toegestaan. Nadien heeft de Inspecteur de aftrek teruggenomen met de opgelegde navorderingsaanslagen. Voor het jaar 2012 heeft belanghebbende in de bezwaarfase bankafschriften overgelegd. Het Hof oordeelt dat belanghebbende met de giftkwitanties en de bankafschriften niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk giften aan de instelling heeft gedaan. Ten aanzien van de vergrijpboetes oordeelt het Hof dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften zich er van bewust is geweest dat de aangiften voor wat betreft de giftenaftrek onjuist waren. De boetes van 75% zijn passend en geboden. Wel dienen de boetes gematigd te worden met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
