ECLI:NL:GHDHA:2021:549
Gerechtshof Den Haag · 20-01-2021 · zaaknummer 200.271.859/01
Inhoudsindicatie
Het testament van erflater bevat een regeling voor het geval van onderbewindstelling van de echtgenote/langstlevende. Op gezamenlijk verzoek van de gerechtigden tot de geldvorderingen kan de (kanton)rechter bepalen dat de vorderingen opeisbaar worden. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat deze regeling omtrent de opeisbaarheid van de eventuele (onderbedelings)vorderingen niet strijdig is met het gesloten stelsel van artikel 4:42 lid 1 BW, omdat deze regeling deel uitmaakt van het bewind als bedoeld in artikel 4:153 e.v. BW en de nadere regeling van de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder bij uiterste wil zoals bedoeld in art. 4:171 BW. Aan het vereiste van een gezamenlijk verzoek is niet voldaan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M.D. Wisman
- Mr. L.E. Leunissen
- S.W. Autar-Matawlie
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
