ECLI:NL:GHDHA:2021:317
Gerechtshof Den Haag · 02-03-2021 · zaaknummer 2200472019
Inhoudsindicatie
Vrijspraak meineed en valsheid in geschrift. Geen sprake van (voorwaardelijk) opzet op het in strijd met de feitelijke toedracht afleggen van een onjuiste verklaring. Het enkele gegeven dat de weergave van de waarneming van de verbalisant in het proces-verbaal achteraf niet blijkt te stroken met de feitelijke toedracht, maakt naar het oordeel van het hof nog niet dat reeds daarom de conclusie gerechtvaardigd is dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Evenmin sprake van het oogmerk om die verklaring als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van poging tot zware mishandeling. De inzet van de politiehond was naar het oordeel van het hof ter uitvoering van een wettelijke taak en de uitoefening daarvan was in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
