ECLI:NL:GHDHA:2021:2344
Gerechtshof Den Haag · 09-11-2021 · zaaknummer 200.295.975/01
Inhoudsindicatie
Tijdens een nog lopende echtscheidingsprocedure stellen de man en de vader van de man als enige, tevens beherende vennoten van vof, en de vof een vordering in tegen de vrouw. Zij vorderen medewerking van de vrouw tot uitkering van netto-verkoopopbrengst van door hen verkocht registergoed, in depot gehouden bij notaris tot zekerheid voor de nakoming door de vennoten van hun verplichtingen jegens de vrouw. Deze vordering wordt toegewezen. Het registergoed behoorde tot het vennootschappelijk vermogen. Bij een vof is sprake van afgescheiden vermogen. De vrouw kan geen aanspraak maken op het vennootschappelijk vermogen. De tegenvordering van de vrouw inzake verkoop van de voormalige echtelijke woning en de afgifte van de papieren en het kentekenbewijs van de motor kan niet worden beoordeeld in de onderhavige procedure met de vof en de vennoten. De vrouw is niet-ontvankelijk.
Advocaten
- A. Zonneveld
- A.N. Labohm
- E.H. de Milliano-Machielse
- J.E.H.M. Pinckaers
- W.J. Vroegindeweij
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
