Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHDHA:2021:20

Gerechtshof Den Haag · 12-01-2021 · zaaknummer BK-19/00673 tot en met BK-19/00680

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 13-01-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft van 1 april 2004 tot en met 28 april 2012 werkzaamheden verricht als piloot voor Ryanair. Hij was bij Ryanair werkzaam via een Brits uitzendbureau. Belanghebbende was in deze periode achtereenvolgens in Spanje en Italië gestationeerd. De Inspecteur heeft over de jaren 2004 tot en met 2011 navorderingsaanslagen IB/PVV en vergrijpboetes opgelegd ter zake van niet aangegeven inkomsten die belanghebbende van het Britse uitzendbureau heeft ontvangen op een rekening bij de First Curaçao International Bank (2004 tot en met 2006) en later op een rekening van Deutsche Bank in Spanje (2007 tot en met 2011). In geschil is of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboetes terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur voor de jaren 2004 tot en met 2007 beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Voor deze jaren was de verlengde navorderingstermijn van toepassing, anders dan belanghebbende betoogde. De Inspecteur heeft bij het opleggen van de navorderingsaanslagen 2004 tot en met 2007 bovendien met de vereiste voortvarendheid gehandeld. Gelet op de over eerdere jaren beschikbare informatie, was er op het moment van opleggen van de primitieve aanslagen voor de jaren 2008 tot en met 2011 echter voldoende aanleiding de door belanghebbende ingediende aangiften voor deze jaren in twijfel te trekken. De Inspecteur heeft de aanslagen voor deze jaren niettemin opgelegd conform de aangiften, zonder de uitkomsten van het door de Britse belastingdienst op zijn verzoek ingestelde onderzoek af te wachten. Hiermee heeft de Inspecteur een ambtelijk verzuim begaan, dat aan het opleggen van de navorderingsaanslagen over de jaren 2008 tot en met 2011 in de weg staat. Het hoger beroep met betrekking tot de jaren 2008 tot en met 2011 is daarom gegrond; het Hof vernietigt de navorderingsaanslagen en de vergrijpboetes over deze jaren. Het Hof oordeelt voorts dat de Inspecteur belanghebbende in de onderhavige jaren terecht als binnenlandse belastingplichtige heeft aangemerkt. De Inspecteur heeft de vergoeding voor de werkzaamheden van belanghebbende bovendien terecht aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij winst uit onderneming heeft genoten. Belanghebbende moet worden aangemerkt als inwoner van Nederland voor toepassing van de belastingverdragen met Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Op grond van de artikelen inzake niet-zelfstandige arbeid in deze verdragen is uitsluitend Nederland heffingsbevoegd ten aanzien van de inkomsten van belanghebbende. Het Hof oordeelt tot slot dat de vergrijpboetes over de jaren 2004 tot en met 2007, zoals gematigd door de Rechtbank, passend en geboden zijn. Het hoger beroep met betrekking tot de jaren 2004 tot en met 2007 is ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.