ECLI:NL:GHDHA:2021:1744
Gerechtshof Den Haag · 10-09-2021 · zaaknummer 200.297.649/01
Inhoudsindicatie
Vernietiging van de beschikking waarbij de rechtbank een machtiging tot uithuisplaatsing heeft verleend. De minderjarige is direct na het uitspreken van de machtiging onttrokken aan het toezicht en verblijft niet langer in Nederland. De machtiging tot uithuisplaatsing is niet ten uitvoer gelegd. Het hof laat zich allereerst uit over de vraag of rechtsmacht kan worden aangenomen en of verzoeker een rechtens relevant belang heeft bij een rechtmatigheidstoets. Het hof is van oordeel dat er zorgen zijn over de minderjarige, maar niet dusdanige zorgen dat een machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. In het kader van de ondertoezichtstelling zijn ook nog niet alle mogelijkheden benut.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
