ECLI:NL:GHDHA:2021:1696
Gerechtshof Den Haag · 25-08-2021 · zaaknummer 200.287.517/01
Inhoudsindicatie
Het hof zal het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen, anders dan de rechtbank, toewijzen. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat er zorgen zijn over de persoonlijke situatie van de vader of zijn opvoedvaardigheden. De vader heeft tot nu toe de kans om voor de minderjarige te zorgen door verschillende omstandigheden, die veelal niet aan hem te wijten waren, nog niet gehad. Het hof is van oordeel dat de vader deze kans wel dient te krijgen, een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kan hier aan bijdragen. Het hof voegt hier nog aan toe te vrezen dat de vader uit beeld raakt en (daardoor) wellicht zelfs zijn gezag kwijtraakt als de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder blijft. Een terugplaatsing bij de moeder is op dit moment nog niet aan de orde. Zij heeft hiertoe nog geen mogelijkheden laten zien. De vader erkent de belangrijke rol en positie van de moeder. Het hof heeft er dan ook vertrouwen in dat de vader de samenwerking met de moeder (en de pleegouders) zal blijven opzoeken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M. Ahmadi
- M.P.G. Rietbergen
- R.H.P. Feiner
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
