ECLI:NL:GHDHA:2021:160
Gerechtshof Den Haag · 26-01-2021 · zaaknummer BK-20/00587
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2014 giften aan een instelling opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften in aftrek toegestaan. Nadien heeft de Inspecteur de aftrek teruggenomen met de opgelegde navorderingsaanslagen. Ten aanzien van een andere instelling heeft het Hof geoordeeld dat de door die instelling uitgegeven kwitanties niet zonder meer als bewijs van de giften kunnen dienen nu uit een strafrechtelijk onderzoek bij die instelling is gebleken dat daar een handelwijze werd gevoerd waarbij op grote schaal valse giftkwitanties werden verhandeld voor een percentage van veelal 10%-12% van de op de kwitanties vermelde bedragen. Een van de verdachten in dat onderzoek heeft verklaard dat dit ook bij de instelling waaraan belanghebbende een gift heeft gedaan het geval is. Verder stelt de Inspecteur dat uit een onderzoek is gebleken dat binnen de onderhavige instelling fraude met PGB-facturen plaatsvond. Het hof oordeelt dat uit dat onderzoek niet blijkt dat deze fraude ook op giftkwitanties zag en voorts dat de enkele verklaring van één verdachte onvoldoende is om te oordelen dat de door belanghebbende overgelegde giftkwitantie niet als bewijs van de door hem gedane gift kan dienen, zodat de conclusie is dat de Inspecteur de navorderingsaanslag ten onrechte heeft opgelegd. Voorts kent het Hof belanghebbende een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
