ECLI:NL:GHDHA:2020:867
Gerechtshof Den Haag · 31-03-2020 · zaaknummer BK-19/00626
Inhoudsindicatie
Verwijzingszaak (HR 13 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1318). Het Hof oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte de door de Heffingsambtenaar in de beroepsfase genomen beslissing heeft aangemerkt als uitspraak op bezwaar. Verder oordeelt het Hof dat belanghebbende geen recht heeft op een hogere dan de forfaitaire proceskostenvergoeding. Evenmin heeft belanghebbende recht op een extra punt voor het beroep tegen de beslissing in de zin van artikel 6:19 Awb aangezien de bijlage bij het Besluit hierin niet voorziet. Tot slot oordeelt het Hof dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn omdat van een zodanige overschrijding in dit geval geen sprake is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
