ECLI:NL:GHDHA:2020:788
Gerechtshof Den Haag · 01-04-2020 · zaaknummer BK-19/00217
Inhoudsindicatie
Aan de orde is de vraag of het hogerberoepschrift van de Inspecteur voldoet aan de in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb neergelegde motiveringseis. De Inspecteur heeft slechts gesteld dat de Rechtbank de navorderingsaanslag ten onrechte heeft vernietigd. Het Hof is van oordeel dat van een inspecteur, als professionele procespartij, verwacht mag worden dat hij in zijn hogerberoepschrift duidelijk kenbaar maakt wat (de omvang van) het geschil (in hoger beroep) is en op welke gronden de uitspraak van de rechtbank wordt bestreden. De appellant bepaalt immers de omvang van het geding in hoger beroep. Bij het ontbreken van gronden wordt de verwerende partij de mogelijkheid onthouden te bepalen waartegen hij zich moet verweren. Bovendien strekt de motiveringseis ertoe de rechter de grondslag voor zijn uitspraak te verschaffen. Het Hof is verder van oordeel dat de geringe eisen die worden gesteld aan de motivering van een bezwaar- of beroepschrift moeten worden bezien in het licht van het ontbreken van verplichte rechtsbijstand in het bestuursprocesrecht. Het Hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur niet-ontvankelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
