ECLI:NL:GHDHA:2020:787
Gerechtshof Den Haag · 01-04-2020 · zaaknummer BK-19/00156
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is bestuurder van [D] BV. Deze BV maakt samen met onder meer [D] [H] deel uit van de [D]-groep. Belanghebbende stelt partij te zijn bij een in 2008 met [J] gesloten overeenkomst, waarin is overeengekomen dat door [J] aan [D] [H] een geldlening zal worden verstrekt van maximaal € 600.000 en dat belanghebbende zich voor de terugbetaling van die geldlening borg stelt. Tussen partijen is in geschil of belanghebbende in 2010 ten laste van het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen een voorziening kan vormen ter zake van de borgstelling. Het Hof oordeelt dat belanghebbende geen voorziening kan vormen omdat belanghebbende, tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, niet is geslaagd in het bewijs dat [J] en [D] [H] daadwerkelijk een overeenkomst van geldlening hebben gesloten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
