ECLI:NL:GHDHA:2020:716
Gerechtshof Den Haag · 24-03-2020 · zaaknummer 2200274217
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van vervoeren van cocaïne door bolletjes gevuld met cocaïne te slikken. Het hof verwerpt het beroep op psychische overmacht. Het hof is van oordeel dat de beslissing van de verdachte om (samen met zijn medeverdachte) bolletjes te gaan slikken, althans daartoe over te gaan, tot stand is gekomen onder een zodanige druk, dat onvoldoende sprake is geweest van een daadwerkelijke wilsvrijheid. Immers, de verdachte heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit is geschied onder dreiging met geweld, zowel verbaal als met een pistool en mes. Uit de door het hof uiteengezette feiten en omstandigheden blijkt echter ook, dat de verdachte zichzelf verwijtbaar in die situatie heeft gebracht. De verdachte had zich op meerdere momenten kunnen onttrekken aan de situatie of had de politie kunnen bellen. Weliswaar is aldus sprake geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden, maar de omstandigheid dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend staat aan het slagen van het beroep op psychische overmacht in de weg. Constatering overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Gevangenisstaf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
