ECLI:NL:GHDHA:2020:424
Gerechtshof Den Haag · 14-02-2020 · zaaknummer BK-19/00605 t/m BK-19/00608
Inhoudsindicatie
In hoger beroep houdt partijen verdeeld, naast de ontvankelijkheid van het hoger beroep, het antwoord op de vraag, net als voor de Rechtbank, of belanghebbende recht heeft op aftrek van omzetbelasting (voorbelasting). Meer in het bijzonder is in geschil of de diensten van belanghebbende vallen onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c, onderdeel f of onderdeel g, van de Wet. Als wordt geoordeeld dat de diensten onder een van deze vrijstellingen vallen, is subsidiair in geschil of bij belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat zij met het exploiteren van het hospice een belaste handeling verricht, waarvoor recht op aftrek bestaat. Wanneer het Hof oordeelt dat de prestaties van belanghebbende niet zijn vrijgesteld, is - de Inspecteur heeft dat op de zitting uitdrukkelijk verklaard - tussen partijen niet in geschil dat op de prestaties van belanghebbende het verlaagde tarief van toepassing is. Partijen zijn het eens dat de Rechtbank bij wijze van vergissing bij de vaststelling van de door de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden proceskosten rekening heeft gehouden met een hoorzitting.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
