Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHDHA:2020:2711

Gerechtshof Den Haag · 03-09-2020 · zaaknummer 2200513619

StrafrechtGepubliceerd 18-01-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

287 Sr; poging tot doodslag; gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren - Het hof acht de verklaring van de verdachte dat de verdachte het bij het schietincident gebruikte vuurwapen 3 weken na het schietincident heeft gekregen van een vriend ongeloofwaardig. Nu verdere aanwijzingen voor het tegendeel niet zijn gebleken, moet het er voor worden gehouden dat de verdachte ten tijde van de schietpartij in het bezit was van het toen door de schutter gebruikte vuurwapen. Het hof baseert zich bij de vraag of de verdachte ook als schutter kan worden aangemerkt niet op de herkenning door het slachtoffer, nu deze naar het oordeel van het hof dermate onzorgvuldig tot stand is gekomen dat deze onvoldoende betrouwbaar is om tot enig bewijs te kunnen dienen in deze strafzaak. Evenmin baseert het hof zich op de herkenningen door de verbalisanten, nu het hof van oordeel is dat er geen sprake is van een herkenning als zodanig, maar een herkenning die berust op een vergelijking van foto’s van de verdachte met de persoon op de beelden. Het hof ziet geen aanleiding aan deze herkenning meer waarde te hechten dan aan zijn eigen waarneming, zeker omdat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep aanwezig was. Op basis van de eigen waarneming van het hof, stelt het hof dat de verdachte qua gelijkenis past in het beeld van de “man met het petje” (zijnde de schutter). Dit, in samenhang met het feit dat het daderwapen in bezit was bij de verdachte, maakt volgens het hof dat de verdachte als de schutter kan worden aangemerkt. Het met een vuurwapen in de buik van een slachtoffer schieten is zonder meer te kwalificeren als een poging tot doodslag; het (voorwaardelijk) opzet was –reeds gelet op de uiterlijke verschijningsvorm- daarop gericht. Benadeelde partij: gelet op artikel 421 lid 3 Sv kunnen schadeposten niet voor het eerst in hoger beroep worden gevorderd. De benadeelde partij wordt ten aanzien van dit deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Voor de ambtshalve oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van deze bedragen ziet het hof onvoldoende aanleiding, nu daarmee de wetssystematiek op onaanvaardbare wijze zou worden doorkruist.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [VERDACHTE]

    verdachte · onbekend

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.