ECLI:NL:GHDHA:2020:2603
Gerechtshof Den Haag · 31-12-2020 · zaaknummer 2200002820
Inhoudsindicatie
De verdachte (m) is door de aangeefster (v) geslagen. De verdachte heeft in reactie hierop de aangeefster een klap in het gezicht gegeven, zodat hij uit haar woning kon wegkomen. De verdachte bevond zich in een smalle hal en de portiekdeur achter hem was gesloten. Bij de aangeefster is vier dagen na het incident een gebroken kaak geconstateerd. Het hof stelt vast dat het dossier geen aanknopingspunten bevat waaruit blijkt dat de klap zo hard is geweest, dat deze als verdedigingsmiddel niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De verdachte komt een geslaagd beroep op noodweer toe. De verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde mishandeling.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte (m)]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
