ECLI:NL:GHDHA:2020:2482
Gerechtshof Den Haag · 09-12-2020 · zaaknummer BK-19/00704 en BK-19/00705
Inhoudsindicatie
In de aangiften IB/PVV 2003 t/m 2014 hebben belanghebbende en de partner geen tegoeden vermeld op een of meer buitenlandse bankrekening(en). De Zwitserse belastingdienst heeft in 2016 een overzicht verstrekt van Nederlandse inwoners die beschikten over een rekening bij de UBS-bank. Uit deze renseignementen blijkt dat de partner een Zwitserse bankrekening aanhield in 2013 en 2014. In geschil zijn de navorderingsaanslagen IB/PVV 2003 en 2004 en de boetebeschikking 2004. In beroep verstrekken belanghebbende en de partner informatie waaruit blijkt dat de rekening bij de UBS-bank is geopend in 2010 met een storting van € 100.000. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende en de partner ook in 2003 en 2004 beschikten over buitenlandse banktegoeden. De Inspecteur kan dan niet met toepassing van art. 16, lid 4, AWR een navorderingsaanslag opleggen. (Vgl. HR 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1810.) De Rechtbank heeft de navorderingsaanslagen en de boetebeschikking terecht vernietigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
