ECLI:NL:GHDHA:2020:2430
Gerechtshof Den Haag · 17-12-2020 · zaaknummer 2200135819
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft $ 500,- en (in totaal) € 6.812,- overgemaakt aan tussenpersonen in Turkije en/of Libanon ten behoeve van zijn broers, terwijl deze broers strijders waren van de gewapende Jihadstrijd in Syrië. Zij waren namelijk aangesloten bij de terroristische organisatie IS. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan terrorismefinanciering en aan overtreding van de Sanctiewet 1977. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een taser. Het hof neemt (minst genomen voorwaardelijk) opzet aan op het financieren van terrorisme, doordat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door hem overgemaakte geld geheel of ten dele, direct of indirect, terecht zou komen bij de terroristische organisatie IS, reeds vanwege het enkele feit dat personen gelieerd aan IS, zoals mensensmokkelaars en grensbewakers, geld aan de overboekingen overhouden. Het hof verwerpt het beroep op overmacht noodtoestand. Strafmatigende omstandigheid. Taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
