ECLI:NL:GHDHA:2020:1931
Gerechtshof Den Haag · 08-10-2020 · zaaknummer BK-19/00740
Inhoudsindicatie
In hoger beroep spitst het geschil zich toe, net als voor de Rechtbank, op de vraag of de Heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak met € 225.000 te hoog heeft vastgesteld. Belanghebbende heeft gesteld dat de waarde van de onroerende zaak € 189.000 is en de Heffingsambtenaar houdt vast aan de in bezwaar vastgestelde waarde van € 225.000. Het geheel van gegevens wijst uit, de overwegingen van de Rechtbank volgend, dat de aan de onroerende zaak toegekende waarde - zo al niet met de Heffingsambtenaar kan worden gezegd dat die waarde eerder te laag dan te hoog is vastgesteld - in een goede verhouding staat tot de gerealiseerde verkoopcijfers van de vergelijkingsobjecten, ook in die zin dat met de verschillen tussen de onroerende zaak en de vergelijkingsobjecten voldoende rekening is gehouden. Opmerking verdient dat die waarde niet wordt aangetast door het wijzen op enkele waarderingsaspecten, en dan ook nog zonder een afdoende onderbouwing, omdat belanghebbende zo voorbijgaat aan het gegeven dat het hier om een waardering als geheel van de onroerende zaak gaat en niet alleen om de bij de waardering gebezigde afzonderlijke bestanddelen en elementen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
