ECLI:NL:GHDHA:2020:1684
Gerechtshof Den Haag · 28-07-2020 · zaaknummer BK-19/00643
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is enig aandeelhouder van een moedervennootschap, die alle aandelen in een dochtervennootschap houdt. In 2010 heeft belanghebbende een pand ingebracht in de dochtervennootschap, daarbij is een deel van de inbreng, een bedrag van € 528.000, aangemerkt als storting van informeel kapitaal (agio). In 2013 vindt, na besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van de moeder-vennootschap, verrekening plaats van de agioreserve van de dochtervennootschap met de rekening-courantverhouding tussen belanghebbende en de dochtervennoot-schap. Het hof oordeelt dat belanghebbende een regulier voordeel heeft genoten in de zin van art. 4.12 Wet IB 2001.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
