ECLI:NL:GHDHA:2020:1364
Gerechtshof Den Haag · 08-04-2020 · zaaknummer 200.256.668
Inhoudsindicatie
Door de man is aangetoond dat partijen een geldlening zijn aangegaan bij de BV voor de financiering van de eigenwoning. De vrouw is voor de helft draagplichtig met betrekking tot die schuld, naast de schuld aan de bank van ruim € 2.000.000,00. De verdeling van de onderwaarde van de woning. De man heeft een rekening-courantschuld bij zijn eigen BV van € 3.148.603,00. De vrouw weet niet hoe die is ontstaan. De vrouw is voor een bedrag van € 500.000,00 draagplichtig met betrekking tot deze rekening-courantschuld. Het hof acht het niet redelijk en billijk dat de man alleen de rekening-courantschuld moet dragen nu deze schuld is ontstaan door het uitgavenpatroon van beide partijen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A. BV
- J.M. Spronk
- S.C. Dikkers
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
