ECLI:NL:GHDHA:2020:1189
Gerechtshof Den Haag · 30-06-2020 · zaaknummer BK-19/00445
Inhoudsindicatie
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag in het binnenhavengeld van de gemeente Leiden opgelegd naar een tarief van € 11,65 per m2. Op basis van de Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2017 worden schepen die als historisch kwalificeren en als zodanig zijn ingeschreven in een extern register, aangeslagen tegen een verlaagd tarief. Drie van de schepen van belanghebbende zijn in het register ingeschreven. Belanghebbende wenst de overige schepen niet in te schrijven en stelt dat deze schepen op de voor de kwalificatie ”historisch” van belang zijnde punten vergelijkbaar zijn met de ingeschreven schepen en derhalve tevens in aanmerking komen voor het verlaagde tarief. Belanghebbende slaagt in zijn bewijslast. De stelling van de heffingsambtenaar dat de geregistreerde schepen mogelijk ten onrechte zijn ingeschreven in het register is tardief ingebracht en bovendien niet onderbouwd. Het beroep van belanghebbende op schending artikel 8 van de Grondwet en artikel 11, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) behoeft geen behandeling daar dat belanghebbende niet in een gunstigere positie kan brengen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
