ECLI:NL:GHDHA:2020:1141
Gerechtshof Den Haag · 01-07-2020 · zaaknummer 2200082919
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens voorbereidingshandelingen woninginbraak (art. 46 Sr en art. 311 Sr). Dat de tenlastelegging niet vermeldt dat de inbraak zou worden gepleegd “door iemand die zich daar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt” leidt – anders dan door de verdediging bepleit - niet tot ontslag van alle rechtsvervolging. Er is onmiskenbaar beoogd ten laste te leggen dat de voorbereidingshandelingen waren gericht op een diefstal in vereniging door middel van braak en/of verbreking gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt. Taakstraf van 80 uur en geen afzonderlijke straf voor overtreding van art. 461 Sr.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[naam verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
