ECLI:NL:GHDHA:2020:1019
Gerechtshof Den Haag · 12-06-2020 · zaaknummer 22-001170-14
Inhoudsindicatie
Art. 289 Sr. Veroordeling in hoger beroep ter zake van moord op zakenpartner/vriend, na integrale vrijspraak ter zake van moord/doodslag in eerste aanleg. In verband met overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, lid 1, EVRM een gevangenisstraf voor de tijd van 16 jaren (met aftrek van voorarrest) in plaats van 18 jaren. Motief gelegen in de relatie tussen de vrouw van de verdachte en het slachtoffer. Overweging over het beroep op zwijgrecht door de verdachte op voor de bewijsvoering essentiële onderdelen die om een verklaring vragen. Bewijsoverweging over daderschap, alsmede over voorbedachte raad. Toewijzing vordering benadeelde partij (echtgenote van het overleden slachtoffer), waaronder schade in de vorm van gederfd levensonderhoud door het wegvallen van inkomsten van het slachtoffer als gevolg van diens overlijden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
