ECLI:NL:GHDHA:2019:756
Gerechtshof Den Haag · 16-04-2019 · zaaknummer 200.216.122/01
Inhoudsindicatie
Bouwrecht. Onderaannemer droeg tegenover aannemer geen verantwoordelijkheid voor aanleg nutstracés, omdat aannemer tegenover opdrachtgever die verantwoordelijkheid evenmin had. De in die aanleg veroorzaakte vertraging komt in de verhouding onderaannemer-aannemer voor risico van aannemer, en geeft onderaannemer aanspraak op bouwtijdverlenging (6.2-12). De omstandigheid dat onderaannemer in haar eigen planning al uitging van oplevering na de overeengekomen opleverdatum staat daaraan niet in de weg, omdat de niet voor haar risico komende vertraging in de aanleg van de nutstracés eerdere oplevering (zelfstandig) verhinderde. Over de eigen (geplande) vertragingsperiode van aannemer kan deze echter geen aanspraak maken op stagnatieschade (6.40).
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
