ECLI:NL:GHDHA:2019:490
Gerechtshof Den Haag · 19-02-2019 · zaaknummer 22-000469-18
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige vriendin in het openbaar waardoor verschillende buurtbewoners zich plotseling geconfronteerd zagen met de mishandeling. Daarnaast heeft de verdachte, nadat hij wegens deze mishandeling was aangehouden, een celdeur beschadigd. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verklaring van het niet door de verdediging gehoorde slachtoffer (ondervragingsrecht/Vidgen). Gelet op de andere aanwezige bewijsmiddelen, die in voldoende mate de verklaring van het slachtoffer ondersteunen, is het hof van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer niet van dien aard is dat deze kan worden aangemerkt als “sole or decisive”. Voorts is het hof van oordeel dat gezien de aard en veelheid van de geweldshandelingen, welke onder meer gericht waren op het hoofd, in onderling verband beschouwd, deze naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienen te worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar (hoofd-)letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
