Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHDHA:2019:474

Gerechtshof Den Haag · 27-02-2019 · zaaknummer 22-002074-16

StrafrechtGepubliceerd 07-03-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens omkoping van ambtenaar (art. 177 Sr) in de zogenoemde rijbewijszaak. Een (voormalige) rijschoolhouder heeft een examinator van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) herhaaldelijk betaald om leerlingen te laten slagen van examenkandidaten. Vrijspraak van het medeplegen van oplichting van het CBR. Het is in de kern telkens de examinator geweest die zich heeft voorgedaan als bonafide examinator, kandidaten heeft laten slagen en dat heeft doorgegeven aan het CBR, waarmee hij het CBR heeft bewogen tot afgifte van rijbewijzen. De verdachte heeft dit door zijn betrokkenheid slechts bevorderd en/of vergemakkelijkt en daarvan geprofiteerd. Naar het oordeel van het hof is er geen sprake van een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht. Verplichting de verdachte onverwijld in te lichten over de tegen hem bestaande verdenking. Alleen noemen van het wetsartikel voldoende? Verwerping verweer dat sprake is van een schending van artikel 6 EVRM, nu het recht op effectieve en praktische rechtsbijstand is geschonden, doordat aan de verdachte niet concreet genoeg is medegedeeld waarvan hij werd verdacht, hij daarover dus ook geen overleg met zijn raadsman kon plegen en hij daardoor niet zijn procespositie en zijn proceshouding tijdens het politieverhoor kon bepalen. Artikel 27c Sv is in casu nageleefd en daarmee is wel degelijk ook voldaan aan de minimale eisen gesteld in de Richtlijn 2012/13EU en in artikel 6 van het EVRM. Openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte, geen reden voor bewijsuitsluiting. Beroep op Vidgen-jurisprudentie. Gebruik voor het bewijs van verklaring van niet door de verdediging gehoorde getuige. Voldoende steunbewijs. Verklaring getuige niet ‘sole and decisive’. Overschrijding redelijke termijn. Het hof legt een werkstraf op van 210 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, alsmede een beroepsverbod voor de duur van 3 jaar. Benadeelde partij CBR niet-ontvankelijk.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.