ECLI:NL:GHDHA:2019:471
Gerechtshof Den Haag · 27-02-2019 · zaaknummer 22-002029-16
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens oplichting, valsheid in geschrift en ambtelijke corruptie door passieve omkoping (art. 363 Sr) in de zogenoemde rijbewijszaak. Een voormalige rijexaminator van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) liet zich door rijschoolhouders herhaaldelijk betalen voor het laten slagen van examenkandidaten. Verwerping beroep op (partiële) nietigheid van de dagvaarding. Overschrijding redelijke termijn. Het hof legt een gevangenisstraf op van 13 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, alsmede een beroepsverbod voor de maximale duur van 5 jaar. Ook moet de verdachte een deel van de onderzoekskosten van het CBR betalen. Ingevolge art. 6:96, tweede lid onder b, BW komt als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking de redelijke kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt om het gepleegde strafbare feit aan het licht te brengen (HR 22 april 2008, NJ 2008/468).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
