ECLI:NL:GHDHA:2019:3960
Gerechtshof Den Haag · 28-06-2019 · zaaknummer BK-19/00127
Inhoudsindicatie
Belanghebbende stelt dat de hoorplicht is geschonden. Verder stelt belanghebbende dat uit het Unierecht volgt dat de Inspecteur te allen tijde dient te bewijzen dat ter zake van ingevoerde auto’s niet meer Bpm wordt geheven dan de Bpm die nog rust op gelijksoortige, reeds in Nederland geregistreerde auto’s. Aldus rust de bewijslast altijd op de Inspecteur. Zo dient de Inspecteur onder meer te bewijzen dat er geen leeftijdskorting hoeft te worden toegepast en dat bij de aangifte reeds het laagste tussenliggende tarief is toegepast. Verder stelt belanghebbende dat enkel kan worden gewaarborgd dat er ter zake van een uit het buitenland geïmporteerde auto niet meer Bpm wordt geheven dan de Bpm die nog rust op een soortgelijk binnenlands voertuig als de schade aan de auto voor 100% in aanmerking wordt genomen. Ook is belanghebbende van mening dat het systeem van heffing van de Bpm in strijd is met artikel 110 VWEU doordat er een verschil is in heffingsmodaliteiten tussen auto’s die worden geïmporteerd uit het buitenland en soortgelijke binnenlandse auto’s. Bij uit het buitenland geïmporteerde auto’s moet immers, in afwijking van het bepaalde in artikel 19, derde lid, van de Awr, de Bpm worden betaald voorafgaande aan de registratie hetgeen bij binnenlandse auto’s niet het geval is. Hierdoor lijdt belanghebbende een rentenadeel. De Inspecteur dient deze renteschade te vergoeden. Verder voert belanghebbende aan dat - in het kader van de toepassing van artikel 110 VWEU - bij de heffing van Bpm rekening moet worden gehouden met een mogelijke teruggaaf van Bpm bij export. Ook is belanghebbende van mening dat het Unierecht meebrengt dat de Inspecteur op eigen initiatief, dus zonder een verzoek aan de ontvanger, rente dient te vergoeden over een eventuele teruggaaf van Bpm. Tot slot stelt belanghebbende dat hij teveel griffierecht heeft betaald en dat de Inspecteur over het eventueel terug te betalen griffierecht rente dient te vergoeden en dat hij recht heeft op een vergoeding van de werkelijke proceskosten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
