ECLI:NL:GHDHA:2019:3948
Gerechtshof Den Haag · 04-01-2019 · zaaknummer BK-18/00746
Inhoudsindicatie
BPM. In hoger beroep zijn, naar het Hof begrijpt, dezelfde geschilpunten als bij de Rechtbank aan de orde, namelijk of over de teruggaaf rente moet worden vergoed, de Inspecteur de hoorplicht in bezwaar heeft geschonden, de Inspecteur terecht de kostenvergoeding voor bezwaar heeft beperkt tot € 246, de Inspecteur de dwangsom op het juiste bedrag heeft vastgesteld en of er reden is voor vergoeding van immateriële schade. Belanghebbende heeft de hoogte van de al vergoede rente betwist. Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond, met als toevoeging aan de beslissing van de Rechtbank dat de Inspecteur de wettelijke rente moet vergoeden over de vastgestelde immateriële schadevergoeding van € 2.500 vanaf de dag dat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking aan partijen van de uitspraak van de Rechtbank tot aan de dag van algehele voldoening van die vergoeding.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
