ECLI:NL:GHDHA:2019:294
Gerechtshof Den Haag · 23-01-2019 · zaaknummer 22-003592-18
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft bij zijn eerste politieverhoor een tweetal adressen opgegeven, waarvan één in België en één in Nederland. De inleidende dagvaarding is als afschrift verstuurd naar deze beide adressen. Artikel 588, eerste lid onder b sub 2 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat, indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, de uitreiking geschiedt aan de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde. Hieruit volgt dat gepoogd had moeten worden de dagvaarding uit te reiken op het Nederlandse adres. Het hof zal doen wat de politierechter had behoren te doen en de inleidende dagvaarding alsnog nietig verklaren en – gelet op het daartoe strekkende verzoek van de verdediging – de zaak terugwijzen naar de rechtbank.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
