ECLI:NL:GHDHA:2019:2812
Gerechtshof Den Haag · 22-10-2019 · zaaknummer BK-18/00800
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft vanaf 2008 aan zijn eigen BV ten behoeve van investeringen in onroerende zaken geldleningen verstrekt, waarvan het bedrag in de loop der jaren steeds verder is opgelopen. De BV heeft geen eigen inkomsten en geen andere financieringsbron voor het project dan de door belanghebbende verstrekte gelden. Er zijn geen zekerheden gesteld. Het woningbouwproject is geflopt. In geschil is of belanghebbende in 2014 een bedrag van € 139.341 ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden mag brengen. Het Hof oordeelt dat de geldverstrekking, anders dan de Inspecteur stelt, civielrechtelijk kan worden aangemerkt als lening. De Inspecteur maakt wel aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening. Een onafhankelijke derde die de BV voor het project geld zou lenen, zou er niet mee instemmen dat alle kwade kansen voor hem zijn en de goede kansen, afgezien van de rente van 5,5%, geheel voor de debiteur. Een zakelijk handelende derde zou onder dergelijke omstandigheden een winstdelende rente hebben bedongen. Er is dus sprake van een onzakelijke lening, zodat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is. Het Hof beslist voorts dat de Inspecteur een correctie bij uitspraak op bezwaar mag handhaven op een andere grond dan waarop hij deze aanvankelijk had aangebracht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
