ECLI:NL:GHDHA:2019:2607
Gerechtshof Den Haag · 30-09-2019 · zaaknummer 22-003788-18
Inhoudsindicatie
Vrijspraak poging tot doodslag. Geen voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. In casu niet vast te stellen dat sprake was van een aanmerkelijke kans op overlijden door het (meermalen) met kracht slaan/stompen tegen het hoofd. Het kennelijk met veel kracht op de vastgestelde wijze (meermalen) slaan tegen het gezicht levert naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op. Gelet op uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte ook aanvaarding daarvan. Naar het oordeel van het hof is het bij het slachtoffer vastgestelde gebroken jukbeen, de kaakfractuur en de schedelfractuur gelet op de aard van deze letsels, de noodzaak van medisch ingrijpen, alsmede het samenstel van die letsels aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Causaal verband tussen vuistslagen verdachte en hersenletsel. Veroordeling wegens zware mishandeling (art. 302 Sr). Verwerping beroep op putatieve noodweer. Uitvoerige strafmotivering. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en gelast de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. Het hof merkt de gevorderde ziekenhuisdaggeldvergoeding en de revalidatiedaggeldvergoeding aan als vergoeding van immateriële schade en wijst de vordering ten aanzien van het gevorderde smartengeld toe tot een bedrag van € 15.000.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
