ECLI:NL:GHDHA:2019:2602
Gerechtshof Den Haag · 16-09-2019 · zaaknummer 22-001305-19
Inhoudsindicatie
Toepassing van zogeheten kernroljurisprudentie. Niet blijkt dat aan de in eerste aanleg niet verschenen raadsman, die zich had gesteld en op eerdere zittingen in deze zaak steeds wel aanwezig was, ingevolge art. 48 Sv een afschrift van de dagvaarding is gezonden. Uit de enkele aantekening onderaan de dagvaarding luidend ‘7-3’, genoteerd naast het voorgedrukte ‘Afschrift aan raadsman’, kan dat niet zonder meer blijken (zie daarvoor bijvoorbeeld HR 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1171), terwijl zich – anders dan de rechtbank heeft vastgesteld – in het dossier geen afschrift van de oproeping van de raadsman bevindt. Betekenis e-mail van officier van justitie aan algemeen mailadres kantoor raadsman en omstandigheid dat de rechtbank naar aanleiding van het niet verschijnen van de raadsman door de griffier telefonisch navraag heeft laten doen bij het kantoor van de raadsman. Nietigheid onderzoek ter terechtzitting. Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak ingevolge artikel 423 lid 2 Sv terug naar de rechtbank.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
