ECLI:NL:GHDHA:2019:2539
Gerechtshof Den Haag · 18-09-2019 · zaaknummer BK-18/01097
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft ultimo 2014 een vordering van € 5.140.420 op haar bestuurder en houder van alle certificaten van aandelen in belanghebbende. Over de vordering is over het jaar 2014 € 54.940 aan rente berekend. De certificaathouder is deze rente schuldig gebleven en die is hem door belanghebbende kwijtgescholden. De certificaathouder heeft in 2014 een bedrag geschonken aan zijn toekomstige echtgenote. Belanghebbende heeft het kwijtgescholden bedrag in mindering gebracht op de belastbare winst. De Inspecteur weigert dit omdat sprake zou zijn van een onzakelijke lening. Belanghebbende is door de rechtbank in het gelijk gesteld, maar het Hof oordeelt op feitelijke gronden dat sprake is van een onzakelijke kwijtschelding die moet worden aangemerkt als een uitdeling en daarom niet in mindering komt op de winst. Het beroep van belanghebbende op artikel 2:216 BW (uitkeringstest) wijst het Hof af. Verder is niet gebleken dat belanghebbende onvoldoende winstreserves heeft om het rentebedrag te kunnen uitdelen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
