ECLI:NL:GHDHA:2019:2537
Gerechtshof Den Haag · 04-09-2019 · zaaknummer BK-18/00572 t/m BK-18/00574
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft in 2012 een tbs-vordering afgewaardeerd met een bedrag van € 580.758 en dit verlies ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden gebracht. De Inspecteur heeft het afwaarderingsverlies niet in aftrek toegelaten. Het Hof volgt belanghebbende in zijn standpunt dat de Rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden. Aangezien de Inspecteur niet heeft gesteld dat belanghebbende de geldlening aan zijn BV onder zodanige omstandigheden heeft verstrekt dat hem toen al duidelijk moet zijn geweest dat het geleende bedrag niet zou worden terugbetaald, had de Rechtbank niet tot het oordeel kunnen komen dat de geldlening aangemerkt moet worden als een bodemlozeputlening. Het Hof oordeelt voorts dat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is omdat sprake is van een onzakelijke tbs-vordering. Gelet op de zeer slechte financiële positie van belanghebbendes BV in 2012 en de daaraan voorafgaande jaren en het daardoor ontbreken van de (feitelijke) mogelijkheid tot het bedingen van zekerheid, heeft belanghebbende een debiteurenrisico aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
