ECLI:NL:GHDHA:2019:2377
Gerechtshof Den Haag · 14-08-2019 · zaaknummer 22-002780-18
Inhoudsindicatie
Analoge toepassing van zogeheten kernroljurisprudentie. Het hof is – mede in het licht van HR 14 maart 2000, NJ 2000, 423 - van oordeel dat de politierechter niet aan de behandeling ten gronde had mogen toekomen. De raadsvrouw had zich tijdig gesteld, was ook voor de genoemde zitting opgeroepen en had zich al gemeld bij de bode. Desondanks is de raadsvrouw - die een kernrol vervult bij het onderzoek ter terechtzitting - niet in de gelegenheid gesteld bij de behandeling van de zaak aanwezig te zijn. Bovendien is de zaak niet uitgeroepen. Nietigheid onderzoek ter terechtzitting. Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
