ECLI:NL:GHDHA:2019:2220
Gerechtshof Den Haag · 12-06-2019 · zaaknummer BK-18/00785 en BK-18/00786
Inhoudsindicatie
Belanghebbende bezit participaties ter zake van plantages met teakbomen in Brazilië en Costa Rica. Deze participaties heeft belanghebbende in de periode 2001-2005 gekocht van C BV en Stichting D. In oktober 2011 zijn de door D uitgegeven participaties omgevormd tot deelnemingsrechten in het beleggingsfonds E. In hoger beroep is in geschil of de waarde van de participaties C en deelnemingsrechten E tot een te hoog bedrag in aanmerking is genomen in box 3 en of de box 3-heffing in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM (art. 1 EP EVRM). Het Hof oordeelt dat niet van belang is dat de oorspronkelijke participaties tegen belanghebbendes wil zijn omgezet in deelnemingsrechten E. Voor de belastingheffing gaat het erom dat belanghebbende deelnemingsrechten in E heeft verkregen. Voorts heeft de Inspecteur de door hem in aanmerking genomen waarde van de deelnemingsrechten E en participaties C aannemelijk gemaakt. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de box 3-heffing in strijd is met art. 1 EP EVRM vanwege een gebrek aan onderbouwing.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
