ECLI:NL:GHDHA:2019:2199
Gerechtshof Den Haag · 10-07-2019 · zaaknummer BK-19/00364
Inhoudsindicatie
Het Hof wijst een tweede verzoek om uitstel van de zitting af. Het niet-afhalen van een aangetekend verzonden poststuk komt voor rekening en risico van belanghebbende. De Inspecteur heeft geen dwangsom toegekend (de dwangsombeschikking) en het tegen de dwangsombeschikking ingediende bezwaarschrift op de voet van artikel 4:19 Awb doorgezonden naar de Rechtbank. Het Hof geeft belanghebbende geen extra termijn om haar bezwaar nader te motiveren. Belanghebbende is in de (hoger)beroepsfase reeds voldoende in de gelegenheid gesteld om haar bezwaren tegen de dwangsombeschikking naar voren te brengen. Het Hof oordeelt verder dat de Inspecteur niet in gebreke is gebleven. Hij heeft binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling uitspraak op bezwaar gedaan. Ook een beslissing die - mogelijk - in strijd met het bepaalde in artikel 3:3 Awb tot stand is gekomen, moet worden aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 4:17 Awb. Tot slot ligt in de afwijzing van het bezwaar besloten dat ook het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Hetzelfde geldt voor het ontbreken van een expliciete beslissing op het bezwaar tegen de boetebeschikking.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
