ECLI:NL:GHDHA:2019:1863
Gerechtshof Den Haag · 14-05-2019 · zaaknummer 22-003277-17
Inhoudsindicatie
Vrijspraak schennis van de eerbaarheid (art. 239 Sr). De handelingen die de verdachte volgens de tenlastelegging zou hebben verricht kunnen niet worden bewezen. Ten overvloede wijst het hof er nog op dat ten laste is gelegd dat de schennis zou hebben plaatsgevonden “op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in een trein”, terwijl een trein gelet op de wetsgeschiedenis niet als een dergelijke (openbare) plaats kan worden beschouwd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
