ECLI:NL:GHDHA:2019:1827
Gerechtshof Den Haag · 10-07-2019 · zaaknummer 2200031018
Inhoudsindicatie
Art. 8.1 WVW94. Vrijspraak. De verdachte is niet gewezen op het recht op een tegenonderzoek (thans vastgelegd in artikel 13, tweede lid, Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer). De verplichting tot mededeling van dat recht op een tegenonderzoek moet worden gerekend tot de strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in art. 8, tweede en derde lid, WVW 1994 is omringd. Hieruit volgt dat als een verdachte niet is gewezen op het recht om een tegenonderzoek te doen verrichten, het onderzoek niet kan gelden als een ‘onderzoek’ in de zin van genoemde bepaling en dat de resultaten van het bij de verdachte afgenomen bloedonderzoek niet kunnen bijdragen aan het bewijs. Bij gebrek aan toereikend wettig bewijs zal verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
