Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHDHA:2019:1755

Gerechtshof Den Haag · 15-01-2019 · zaaknummer BK-18/00519

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 27-06-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft een intoetsfout gemaakt bij het voldoen van de parkeerbelasting voor het parkeren op 17 mei 2017 van een door hem gebruikt voertuig. Aan de kentekenhouder is een naheffingsaanslag verzonden, die vervolgens is doorgezonden naar de verhuurmaatschappij, die de naheffingsaanslag heeft betaald. De verhuurmaatschappij heeft vervolgens op 20 juli 2017 een factuur aan belanghebbende gezonden. Belanghebbende heeft vervolgens bezwaar aangetekend. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard onder vernietiging van de naheffingsaanslag vanwege de intoetsfout en met toekenning van een proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar moet worden veroordeeld in de proceskosten en of de heffingsambtenaar moet worden veroordeeld tot vergoeding van schade ad € 15 ter zake van door de verhuurmaatschappij aan belanghebbende in rekening gebracht administratiekosten. De rechtbank heeft belanghebbende een vooraankondiging van de zitting gestuurd waarin de datum, maar niet het tijdstip van de zitting is medegedeeld. De uitnodiging voor de zitting is per gewone post aan belanghebbende gezonden. Het Hof oordeelt dat de vooraankondiging niet kan worden aangemerkt als een uitnodiging als bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Indien een partij niet ter zitting van de Rechtbank is verschenen dient de uitspraak van de Rechtbank de feiten in te houden waaruit blijkt dat de aan deze partij gerichte uitnodiging voor die zitting tijdig en op regelmatige wijze op het betrokken adres is aangeboden. Nu in de uitspraak van de Rechtbank de feiten ontbreken waaruit blijkt dat (de gemachtigde van) belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze is uitgenodigd voor de zitting, dient de uitspraak van de Rechtbank volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in beginsel te worden vernietigd. Het Hof ziet echter in dit geval geen reden de uitspraak van de Rechtbank te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de Rechtbank, omdat in dit geval de gehele naheffingsaanslag is vernietigd en aan belanghebbende een proceskostenvergoeding is toegekend waar gelet op het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2017 (nr. 17/03020, ECLI:NL:HR:2017:3226, BNB 2018/59) geen recht op bestaat omdat het herroepen van de naheffingsaanslag niet aan de heffingsambtenaar is te wijten. Belanghebbende kan in bezwaar of beroep niet in een betere positie komen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Reeds om die reden is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Evenmin bestaat recht op een hogere proceskostenvergoeding dan reeds is toegekend.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.