ECLI:NL:GHDHA:2019:1338
Gerechtshof Den Haag · 01-05-2019 · zaaknummer 22-004312-18
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens wederspannigheid (art. 180 Sr) en belediging politieagenten (art. 267 Sr). Doel en reikwijdte van de bevoegdheid om naar de identiteit van burgers te vragen. Dat de verdachte mogelijk eerder al door een andere agent om zijn legitimatiebewijs was gevraagd levert in de gegeven situatie geen beperking van die bevoegdheid op. Of sprake was van ‘vorderen’ dan wel ‘vragen’ van inzage in casu niet relevant, ook niet voor rechtmatigheid van de uitoefening van de bediening. Geldboete van 550 euro.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
