ECLI:NL:GHDHA:2019:1044
Gerechtshof Den Haag · 17-04-2019 · zaaknummer BK-18/00396 en 18/00398
Inhoudsindicatie
Proceskostenvergoeding. De Ontvanger verklaart het tegen de aanmanings- en dwangbevelkosten gemaakte bezwaar gegrond, vermindert de kosten tot nihil en kent, nadat beroep was ingesteld, een proceskostenvergoeding toe van € 61,50 met toepassing van wegingsfactor 0,25. De Rechtbank komt tot het oordeel dat wegingsfactor 0,5 moet worden toegepast. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat sprake is van het drukken van kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarom heeft belanghebbende geen recht op vergoeding van proceskosten. De door de Ontvanger toegekende vergoeding van de kosten van de bezwaarfase blijft echter in stand wegens het verbod van reformatio in peius. Het Hof oordeelt voorts dat geen sprake is van misbruik van recht. Het Hof gaat voorbij aan het verzoek tot overlegging van een bepaald stuk, nu belanghebbende niet stelt of, en zo ja, in hoeverre het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
