ECLI:NL:GHDHA:2018:933
Gerechtshof Den Haag · 06-04-2018 · zaaknummer 22-002211-16
Inhoudsindicatie
Huiselijk geweld. Naar het oordeel van het hof handelde aangeefster uit noodweer, te weten ter noodzakelijke verdediging van haar eigendom tegen de ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van haar eigendomsrecht door de verdachte. Als reactie daarop gaf de verdachte aangeefster een klap in haar gezicht. De verdachte verdedigde zich tegen iemand die zelf in noodweer handelde. Een (geslaagd) beroep op noodweer is dan uitgesloten, aangezien het handelen van de aangeefster in die situatie niet als ‘wederrechtelijk’ kan worden beschouwd. Het beroep op noodweer wordt verworpen. Begrip ‘echtgenoot’ in art. 304 Sr. Indien sprake is van echtgenoten behoeft – anders dan bij het begrip ‘levensgezel’ - niet getoetst te worden of (nog steeds) sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Het hof geeft toepassing aan art. 9a Sr.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
