ECLI:NL:GHDHA:2018:796
Gerechtshof Den Haag · 27-03-2018 · zaaknummer BK-17/00737
Inhoudsindicatie
Aanslag schenkingsrecht over in 1991 geschonken buitenlands vermogen, dat tot aan de inkeer voor de inkomstenbelastingheffing in 2013 buiten het zicht van de fiscus is gebleven, is bevoegd opgelegd. De bevoegdheid tot het opleggen van een aanslag schenkingsrecht ontstaat op het tijdstip van de schenking. Art. 66, lid 1, aanhef, 2e, SW 1956 brengt hierin geen verandering. De termijn waarna de bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag schenkingsrecht vervalt is in art. 66 SW uitputtend geregeld. Art. 3:306 BW is niet van toepassing. Bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst m.b.t. de inkomstenbelastingheffing heeft de Inspecteur geen vertrouwen gewekt dat geen aanslag schenkingsrecht zou worden vastgesteld. De Inspecteur heeft niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld en de regeling van art. 66 SW is niet in strijd met art. 1 EP EVRM.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
