ECLI:NL:GHDHA:2018:76
Gerechtshof Den Haag · 24-01-2018 · zaaknummer 22-004737-17
Inhoudsindicatie
Aangeefster – met de Bulgaarse nationaliteit – is bij het opnemen van haar aangifte zonder beëdigde tolk gehoord in de Turkse taal. De verdediging heeft bepleit dat haar verklaring daarom moet worden uitgesloten van het bewijs. Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel (dwingend) voorschrijft dat het verhoor van een persoon die de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerst, steeds plaatsvindt met bijstand van een (in het register voor tolken ingeschreven) tolk. Het verhoor kan plaatsvinden in een taal die de te horen persoon en de verbalisant in voldoende mate beheersen. Ook artikel 28 (oud) van de Wet beëdigde tolken en vertalers staat daar niet aan in de weg (ECLI:NL:HR:2014:1446). Naar het oordeel van het hof zijn er geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van de weergave van de verklaring van aangeefster in het proces-verbaal van aangifte. Het hof verwerpt het verweer.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
