ECLI:NL:GHDHA:2018:575
Gerechtshof Den Haag · 21-03-2018 · zaaknummer 22-003309-11
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen door het voorhanden hebben van een hoeveelheid van misdrijf afkomstig geld ter hoogte van 4.830,00 euro. Voor een bewezenverklaring van artikel 420bis, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is vereist dat het vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Gezien de niet verifieerbare en op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld, is het hof van oordeel dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Het hof veroordeelt de verdachte tot één week gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
