ECLI:NL:GHDHA:2018:50
Gerechtshof Den Haag · 18-01-2018 · zaaknummer 22-000578-17
StrafrechtGepubliceerd 19-01-2018
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Het ‘voorhanden’ hebben in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie zoals tenlastegelegd, is naar het oordeel van het hof uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende overtuigend naar voren gekomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
