ECLI:NL:GHDHA:2018:3502
Gerechtshof Den Haag · 27-11-2018 · zaaknummer BK-18/00402
Inhoudsindicatie
De Rechtbank heeft terecht beslist dat aan de schending van de hoorplicht kan worden voorbijgegaan en dat voor wat betreft de immateriële schadevergoeding de overschrijding van de redelijke termijn van 1,5 jaar is toe te rekenen aan de bezwaarfase. Aan belanghebbende is een proceskostenvergoeding toegekend voor de beroepsfase, omdat de Rechtbank tot de conclusie kwam dat belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de bezwaarprocedure. Het Hof vernietigt de door de Rechtbank toegekende proceskostenvergoeding en stelt deze opnieuw vast zonder samenhang. De Rechtbank heeft de pkv gebaseerd op vijf samenhangende zaken zonder duidelijk te maken welke zaken met elkaar samenhangen, het dossier biedt geen duidelijkheid en de Inspecteur of belanghebbende konden over de samenhang op de zitting geen concrete gegevens verstrekken. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig op grond waarvan belanghebbende in aanmerking komt voor een integrale proceskostenvergoeding. De aanspraak die belanghebbende wegens schending van het EU-recht maakt op integrale vergoeding van de kosten ter zake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt door het Hof verworpen. Ter zitting is overeenstemming bereikt over het bedrag aan wettelijke rente over de immateriële schadevergoeding.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
